Verloop en puntentelling boulderwedstrijden

Bij een officiële boulderwedstijd moeten in de finale meestal vier boulders worden geklommen. De boulderaars klimmen ze één voor één, zonder elkaar te kunnen zien klimmen. Ze moeten dus zelf uitvinden hoe ze bij iedere boulder de top kunnen bereiken.

Toppen

Bij boulderwedstrijden gaat het vooral om het toppen van boulders. Wie de meeste topt, wint. Een klimmer heeft een boulder getopt als hij of zij de bovenste greep met twee handen gecontroleerd vasthoudt of aanraakt.

De boulderaars zitten in de ‘isolatie’, een ruimte van waaruit zij de wedstrijd niet kunnen zien. Eén voor één komen ze daar uit om een boulder te klimmen en daarna weer naar de isolatie terug te keren. Ze krijgen vier minuten voor iedere boulder. Daarin kunnen ze meerdere pogingen doen om hem te toppen.

Ergens halverwege de boulder zit een ‘zonegreep’. Door die te pakken verdient de klimmer een zone.

Tiba Vroom topt de eerste finaleboulder NK 2019

De eindstand

Bij een goede wedstrijd zijn de boulders zó moeilijk dat alleen de allerbesten die aan de wedstrijd meedoen, ze kunnen toppen.

Uiteindelijk wint degene die de meeste tops heeft. Bij gelijke stand wint degene die de meeste zones heeft bereikt. Als ook dat gelijk is, telt het aantal pogingen dat is gedaan voor het toppen van de boulders en als het dan nog steeds gelijk is, het aantal pogingen voor de zones.

Aangezien het vaak voorkomt dat de klimmers gelijk staan in het aantal tops en zones, is het aantal pogingen vaak doorslaggevend. Een extra poging voor het bereiken van een zone kan iemand de winst kosten.